ECLI:NL:CBB:2001:AD6726
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en tijdigheid bij energie-investeringsaftrek isolatiebedrijfsmiddel
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die hun verzoeken om energieverklaringen voor investeringen in isolatie van een leghennenstal hebben afgewezen wegens te late aanmelding. De kern van het geschil betrof de vraag of de Minister bevoegd was om het moment van het aangaan van de investeringsverplichtingen te beoordelen en of de aanmelding binnen de wettelijke termijn van drie maanden had plaatsgevonden.
Het College overweegt dat de Minister op grond van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek bevoegd is om te toetsen of de aanmelding tijdig is gedaan, waarbij het moment van het aangaan van de verplichtingen relevant is. Appellanten stelden dat de verplichtingen pas op 31 december 1997 waren aangegaan, maar konden dit niet aannemelijk maken. Het College hechtte meer gewicht aan een opdrachtbevestiging en factuur van 23 december 1997, waaruit bleek dat de verplichtingen toen al waren aangegaan.
Omdat de aanmelding pas op 31 maart 1998 werd ontvangen, meer dan drie maanden na 23 december 1997, was de aanmelding te laat. Het College verklaarde daarom de beroepen ongegrond en bevestigde de afwijzing van de energieverklaringen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard omdat de aanmelding van de energieverklaringen te laat is gedaan.