ECLI:NL:CBB:2002:AE8705
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing registratie Amoxicilline 20% pro injectie voor runderen wegens onvoldoende onderbouwing wachttermijn
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor registratie van het diergeneesmiddel 'Amoxicilline 20% pro inj.' voor gebruik bij verschillende diersoorten, waaronder runderen. De registratie voor runderen werd geweigerd omdat de voorgestelde wachttermijn onvoldoende was onderbouwd en niet met redelijke zekerheid kon worden aangenomen dat het middel geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens.
De discussie spitste zich toe op de interpretatie van residugehalten gemeten met microbiologische en HPLC-methoden. Appellante stelde dat de HPLC-methode betrouwbaarder is vanwege hogere specificiteit en dat de microbiologische methode mogelijk verstoord was door contaminatie. Verweerder betoogde dat onvoldoende bewijs is geleverd voor contaminatie en dat het hoge residugehalte ook verklaard kan worden door onvoldoende gehomogeniseerde monsters.
Het College oordeelde dat beide analysemethoden valide zijn en dat bij discrepantie de hoogste meetwaarde leidend is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze onjuist is. Appellante slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Ook was de acclimatisatietijd van dieren onvoldoende om contaminatie uit te sluiten. De gegevens waren onvoldoende voor het vaststellen van een veilige wachttermijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het besluit van verweerder om de registratie voor runderen te weigeren blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de registratie van Amoxicilline 20% pro injectie voor runderen wordt geweigerd.