ECLI:NL:CBB:2003:AL6086
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling varkensrechten en weigering categorie 3 hardheidsgeval onder Wet herstructurering varkenshouderij
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin hun verzoeken om extra varkensrechten onder categorie 3 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij werden afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of appellanten voldeden aan de voorwaarde dat zij vóór 10 juli 1997 beschikten over een geldige titel met betrekking tot de locatie waarvoor een milieuvergunning was aangevraagd.
Het College oordeelde dat de pachtovereenkomst en de goedkeuring door de grondkamer na 10 juli 1997 plaatsvonden, waardoor appellanten niet aan de formele vereisten voldeden. Daarnaast kon de feitelijke situatie niet leiden tot het oordeel dat de inrichting vóór die datum al tot het bedrijf van appellanten behoorde. Hoewel het College de besluiten vernietigde wegens onvoldoende motivering, concludeerde het dat appellanten geen recht hadden op de gevraagde vergroting van het varkensrecht.
Het College bepaalde dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellanten. De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van de voorwaarden voor toekenning van extra varkensrechten binnen het kader van de Whv en het Bhv.
Uitkomst: Beroepen gegrond, besluiten vernietigd, rechtsgevolgen gehandhaafd en Staat veroordeeld in proceskosten.