ECLI:NL:CBB:2003:AN9051
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering uitvoerrestituties kaas wegens niet geleverd bewijs van invoer
Appellante, Schep Kaashandel B.V., stelde beroep in tegen het besluit van verweerder tot intrekking en terugvordering van restituties bij uitvoer van kaas naar Bulgarije. Verweerder had de restituties ingetrokken omdat het bewijs van invoer in Bulgarije niet was geleverd, mede op basis van een rapport van de Algemene Inspectiedienst dat stelde dat de goederen in werkelijkheid op de Griekse markt waren afgezet.
Appellante voerde aan dat zij vertrouwen mocht ontlenen aan de definitieve betaling van de restituties en dat het tijdsverloop van bijna zes jaar tot intrekking in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Het College oordeelde echter dat restituties geen subsidies zijn en dat de verjaringstermijn pas aanvangt na het primaire besluit tot intrekking. Bovendien was appellante al in 1993 op de hoogte gesteld van mogelijke wederinvoer.
Het College stelde vast dat de overgelegde Bulgaarse invoerdocumenten niet als bewijs konden dienen omdat zij aangaven dat de goederen tijdelijk waren ingevoerd met het oog op wederuitvoer. Appellante was zelf verantwoordelijk voor het leveren van deugdelijk bewijs en het controleren van de codes op de documenten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de intrekking en terugvordering van restituties wordt ongegrond verklaard.