ECLI:NL:CBB:2006:AX7770
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering onrechtmatige steun voor caseïnaat EMST
Appellante Campina Zuivel B.V. ontving in de periode 1991-1995 steun voor de productie van caseïnaat EMST. De Europese Commissie concludeerde na onderzoek dat deze productie niet steunwaardig was omdat EMST werd vervaardigd uit resthoeveelheden van reeds geproduceerd caseïnaat, wat niet voldoet aan de definitie van een partij volgens Verordening (EEG) nr. 2921/90.
Verweerder, het Productschap Zuivel, vorderde op basis van deze beschikking de onterecht ontvangen steunbedragen terug, vermeerderd met rente. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, onder meer met verwijzing naar het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid, evenredigheidsbeginsel en verjaring. Zij voerde aan dat het Hof van Justitie zich vergiste in de feitelijke beoordeling en dat terugvordering niet verplicht was zolang het beroep bij het Hof nog liep.
Het College oordeelde dat de productie van EMST niet steunwaardig was conform het arrest van het Hof van Justitie van 6 juni 2002. Verweerder was verplicht tot terugvordering op grond van dwingendrechtelijke bepalingen in Verordening (EEG) nr. 2921/90. De nationale autoriteiten moeten deze terugvordering uitvoeren, waarbij het nationale recht geldt binnen de grenzen van het gemeenschapsrecht. De aangevoerde rechtsbeginselen kunnen niet leiden tot afwijking van deze verplichting. De verjaringstermijn was niet verstreken omdat sprake was van een voortgezette onregelmatigheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Campina Zuivel B.V. wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onterecht verleende steun inclusief rente bevestigd.