ECLI:NL:CBB:2004:AO5975
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering instemming aanleg HDPE-buizen onder Telecommunicatiewet
Appellante, Volker Stevin Telecom Infra Planontwikkeling B.V., stelde zich op het standpunt dat zij als geregistreerde aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk gerechtigd was om zonder vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening buizen te leggen en geen precario te betalen. Verweerder had echter geweigerd instemming te verlenen voor het leggen van acht HDPE-buizen omdat appellante niet als aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk kon worden aangemerkt.
De rechtbank had geoordeeld dat alleen degene die daadwerkelijk beheer en zeggenschap heeft over een netwerk en dit openstelt voor gebruik door derden als aanbieder kan worden beschouwd. Appellante was volgens de rechtbank slechts technisch beheerder en had geen openbaar netwerk. Het College bevestigt dit oordeel en stelt dat het buizenstelsel ten tijde van de aanleg nog geen openbaar telecommunicatienetwerk vormde omdat er geen kabels in lagen en geen contractuele afspraken bestonden voor gebruik door aanbieders van openbare telecommunicatiediensten.
Het College wijst argumenten van appellante af dat haar werkwijze overlast beperkt en dat gemeenten geen precario mogen heffen. Vanaf het moment dat het netwerk daadwerkelijk in gebruik wordt genomen door aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, is geen precario meer verschuldigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van instemming voor het leggen van HDPE-buizen wordt bevestigd.