ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3865
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep precariobelasting op mantelbuizen en handholes in gemeentegrond
Belanghebbende, een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk, kreeg precariobelasting opgelegd voor het hebben van lege mantelbuizen en handholes in de gemeentegrond van Rijswijk over de jaren 2002 tot en met 2004. De rechtbank vernietigde de aanslag en veroordeelde de Inspecteur tot proceskostenvergoeding. De Inspecteur ging in hoger beroep, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente op grond van de Telecommunicatiewet verplicht was de aanwezigheid van lege mantelbuizen te gedogen, waardoor precariobelasting niet geheven kan worden. Het hof overwoog dat de gedoogplicht voor niet gevulde mantelbuizen pas per 19 mei 2004 geldt en niet met terugwerkende kracht. Voor de jaren 2002 en 2003 was er geen wettelijke verplichting tot gedogen, zodat de aanslagen voor die jaren rechtmatig waren.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de toetsing van de rechtmatigheid van aanslagen geschiedt aan de hand van de voor het betreffende tijdvak geldende wetgeving. Ook oordeelde het hof dat het instemmingsbesluit met terugwerkende kracht niet betekent dat de belastingplicht pas vanaf de datum van afgifte van dat besluit begint. Ten slotte stelde het hof vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak waarschijnlijk is overschreden en gaf de Staat en Inspecteur gelegenheid zich uit te laten over een immateriële schadevergoeding. De proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De aanslagen precariobelasting over 2002-2004 worden vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.