ECLI:NL:CBB:2004:AO8939
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- R.J.G.M. Widdershoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en toepasselijkheid stille curatele bij beleggingsinstellingen zonder vergunning
In deze zaak staat centraal de vraag of de toezichthouder terecht de organen van een beleggingsinstelling en haar bewaarder onder stille curatele heeft gesteld, terwijl de instelling niet beschikte over een vergunning als bedoeld in artikel 4 Wtb Pro.
Het College overweegt dat artikel 22 Wtb Pro niet beperkt is tot vergunninghouders en dat de maatregel van stille curatele ook kan worden toegepast indien een instelling vergunningplichtig is maar geen vergunning heeft. Het College bevestigt dat het zonder vergunning aanbieden van aandelen buiten besloten kring een bijzondere gebeurtenis kan zijn die het adequaat functioneren van de instelling in gevaar brengt.
Verder oordeelt het College dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld over de ontvankelijkheid van bezwaren van bepaalde appellanten en over hun belanghebbendheid. Het bezwaar van de bewaarder en haar bestuurder tegen het curatelebesluit is gegrond en het besluit wordt herroepen. De overige bezwaren worden ongegrond verklaard. Het College veroordeelt AFM in de proceskosten en bepaalt dat zij het griffierecht aan appellanten vergoedt.
Uitkomst: Het College verklaart het beroep van [RP1], [RP2], [RP3] en [NP3] gegrond, herroept het curatelebesluit voor [RP2] en haar bestuurder, en bevestigt de overige besluiten.