ECLI:NL:PHR:2006:AW2077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Verzekeringskamer wegens tekortschieten toezicht op failliete levensverzekeraar Vie d'Or
De zaak betreft een geschil tussen de Verzekeringskamer (thans DNB) en een stichting die de belangen behartigt van voormalige polishouders van de failliete levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or. De stichting vordert onder meer een verklaring voor recht dat de Verzekeringskamer onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig een stille bewindvoerder aan te stellen, waardoor schade is ontstaan.
De Hoge Raad analyseert de wettelijke taak en bevoegdheden van de Verzekeringskamer onder de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, met name de discretionaire bevoegdheid tot het aanstellen van een stille bewindvoerder. De norm voor aansprakelijkheid wordt gesteld op die van de redelijk handelende en redelijk bekwame toezichthouder, waarbij rekening moet worden gehouden met de beleids- en beoordelingsvrijheid van de toezichthouder. De rechterlijke toetsing is terughoudend en marginaal waar beleidsvrijheid bestaat.
De Hoge Raad bevestigt dat het relativiteitsvereiste is vervuld omdat het toezicht mede strekt tot bescherming van de vermogensbelangen van individuele polishouders. De zaak onderscheidt zich daarmee van het Duwbak-Linda-arrest. Het hof heeft onvoldoende rekening gehouden met de beleidsvrijheid en de omstandigheden waaronder de Verzekeringskamer haar bevoegdheid heeft uitgeoefend. De Hoge Raad benadrukt het belang van terughoudendheid in aansprakelijkheidsbeoordeling om effectief toezicht mogelijk te houden.
De uitspraak bevat tevens een uitgebreide bespreking van de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur over overheidsaansprakelijkheid, zorgvuldigheidsnormen, beleidsvrijheid en de rol van de rechter bij toetsing van toezichtshandelingen. De zaak illustreert de complexiteit van aansprakelijkheid van toezichthouders in het financiële toezicht en de noodzaak van een evenwichtige benadering tussen bescherming van benadeelden en ruimte voor beleidsvrijheid.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van beleidsvrijheid en juiste maatstaf.