ECLI:NL:RBROT:2005:AT8722
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens overtreding Wet toezicht kredietwezen 1992 naast strafvervolging strijdig met una via-beginsel
De zaak betreft een beroep tegen besluiten van de Minister van Financiën (later verweerster) waarin een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete zijn opgelegd aan Mercurius Nederland B.V. en eiser wegens overtreding van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). Mercurius had bedrijfsmatig gelden van het publiek aangetrokken zonder vergunning, wat verboden is. De boete bedroeg € 87.125,- en de last onder dwangsom € 900.000,-.
Eiser, als directeur en feitelijk leidinggevende van Mercurius, maakte bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de last onder dwangsom niet-ontvankelijk was omdat eiser niet rechtstreeks in zijn belang werd getroffen. Het beroep tegen de boete was ontvankelijk, maar werd ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat Mercurius en eiser de verboden gedragingen hadden gepleegd en dat de boete terecht was opgelegd conform het vaste tarief.
Daarnaast speelde de vraag of de bestuurlijke boete en de strafrechtelijke vervolging wegens oplichting en verduistering naast elkaar konden bestaan. De rechtbank oordeelde dat dit strijdig is met het una via-beginsel zoals neergelegd in artikel 90j Wtk 1992, dat dubbele bestraffing moet voorkomen. Omdat het strafvonnis nog niet onherroepelijk was, zag de rechtbank geen aanleiding tot intrekking van de boete, maar stelde dat de strafrechtelijke vervolging had moeten worden geschorst.
De rechtbank benadrukte dat de boeteoplegging en strafvervolging betrekking hadden op hetzelfde feitencomplex en dat de belangen die de Wtk 1992 en het Wetboek van Strafrecht beschermen niet wezenlijk van elkaar verschillen. De boete werd niet als onevenredig beschouwd en de ernstige overtreding en nalatigheid van eiser werden meegewogen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard.