ECLI:NL:CBB:2004:AP1353
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging Afbakeningsregeling S&O-verklaring klassieke veredeling
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken dat haar aanvraag voor een S&O-verklaring over het jaar 2003 afwees vanwege een wijziging in de Afbakeningsregeling. Deze wijziging sloot klassieke veredelingswerkzaamheden uit van de S&O-verklaring. De wijziging trad met onmiddellijke ingang in werking op 14 december 2002, na publicatie in de Staatscourant.
Appellante voerde aan dat de wijziging onverbindend is omdat deze in strijd zou zijn met het doel van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) en met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, mede omdat zij niet kon voorzien dat haar aanvraag volgens de gewijzigde regeling zou worden beoordeeld. Tevens stelde zij dat de wijziging onvoldoende gemotiveerd was en dat een overgangsregeling had moeten worden getroffen.
Het College oordeelt dat de Minister bevoegd was de Afbakeningsregeling te wijzigen en werkzaamheden met betrekking tot klassieke veredeling aan te wijzen als niet tot speur- en ontwikkelingswerk behorend. De wijziging is niet in strijd met de Wva. Daarnaast is het beroep op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel ongegrond, omdat de belangenafweging door de Minister redelijk was en er voldoende aankondigingen waren gedaan over de wijziging. Het ontbreken van een overgangsregeling is niet onredelijk. De motivering van het besluit is voldoende. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de S&O-verklaring bevestigd.