ECLI:NL:CBB:2004:AQ5402
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten wegens ontbreken Dhw-vergunning in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant exploiteert een alcoholvrije snackbar en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Deze vergunning werd afgewezen omdat appellant niet beschikte over een vereiste vergunning op grond van de Drank- en Horecawet (Dhw), waardoor zijn inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt.
Eerder waren aanvragen en bezwaren van appellant ook afgewezen en het College had een eerder beroep ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk een Dhw-vergunning had aangevraagd en dat de gemeente niet tijdig op zijn bezwaar had beslist, maar het College oordeelde dat het ontbreken van de Dhw-vergunning de afwijzing rechtvaardigde en dat het niet tijdig beslissen op bezwaar niet tot onrechtmatigheid leidde.
Het College concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar van appellant ongegrond had verklaard en dat appellant vrij staat om een nieuwe aanvraag in te dienen zodra hij over de vereiste Dhw-vergunning beschikt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een Dhw-vergunning.