ECLI:NL:CBB:2005:AT7340
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten wegens ontbreken Drank- en Horecawetvergunning
Appellante, exploitant van een horecagelegenheid, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de burgemeester om een aanwezigheidsvergunning te verlenen voor twee kansspelautomaten. De burgemeester had de vergunning geweigerd omdat appellante niet in het bezit was van een Drank- en Horecawetvergunning, een vereiste voor het verkrijgen van een kansspelautomatenvergunning.
Het College stelde vast dat appellante ten tijde van de aanvraag niet over de benodigde Drank- en Horecawetvergunning beschikte, waardoor haar beroep op het begrip 'hoogdrempelige inrichting' niet kon slagen. Ook een eerdere uitspraak van het College bevestigde dat zonder deze vergunning geen kansspelautomatenvergunning kan worden verleend.
Het College oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de aanvraag voor de aanwezigheidsvergunning aan te houden totdat de Drank- en Horecawetvergunning wordt verleend. Appellante staat vrij om een nieuwe aanvraag in te dienen zodra zij over de vereiste vergunning beschikt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een Drank- en Horecawetvergunning.