ECLI:NL:CBB:2004:AQ8168
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen ongegrondverklaring tuchtklacht accountant-bewindvoerder
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad van tucht die zijn klacht tegen betrokkene, een accountant en bewindvoerder, ongegrond verklaarde. Het geschil betreft onder meer het handelen en nalaten van betrokkene tijdens zijn bewindvoering over het vermogen van de moeder van appellant, alsmede de periode daarna.
Het College heeft eerst de procedurele aspecten beoordeeld, waaronder de vermeende onregelmatigheden in de verslaglegging en de vermeende partijdigheid van de raad van tucht, en concludeerde dat deze niet tot schending van het recht of onrechtmatigheden leidden. Voorts is vastgesteld dat de klacht voor een belangrijk deel te laat is ingediend, omdat deze betrekking had op handelingen die meer dan zeven jaar voor de indiening plaatsvonden, zonder dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigden.
Voor de klachten die betrekking hadden op handelingen binnen de zevenjaarstermijn, zoals het opstellen van overzichten, het gebruik van diensten van een accountantskantoor en een advocaat, en het weigeren van inlichtingen, heeft het College inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat er geen sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het beroep is daarom in zijn geheel verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen betrokkene wordt ongegrond verklaard.