ECLI:NL:CBB:2004:AP6223
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- C.J. Borman
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
College van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring tuchtklacht wegens onaanvaardbaar tijdsverloop en verwijst terug voor inhoudelijke beoordeling
Appellant diende op 8 april 2002 een tuchtklacht in tegen een registeraccountant (betrokkene) over een fraudeonderzoek uit 1997. De raad van tucht verklaarde de klacht op 12 mei 2003 niet-ontvankelijk vanwege het tijdsverloop van bijna vijf jaar tussen de gedragingen en de klacht.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat in de Wet op de Registeraccountants geen specifieke termijn is gesteld voor het indienen van klachten en dat het enkele feit dat de klacht later werd ingediend niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid. Het College benadrukt dat het tijdsverloop beoordeeld moet worden in samenhang met rechtszekerheid, verdedigingsbeginsel en vertrouwensbeginsel.
Aangezien de klacht binnen de wettelijke bewaartermijn van zeven jaar viel en appellant plausibel maakte dat hij vanwege zijn dienstverband niet eerder kon klagen, acht het College het tijdsverloop niet onaanvaardbaar. De raad van tucht heeft ten onrechte de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het College vernietigt deze beslissing en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling.
Het oordeel dat een klacht ongegrond is, zou onjuist zijn omdat de klacht niet inhoudelijk is beoordeeld. Het College benadrukt dat algemene rechtsbeginselen vereisen dat een klager in een tweedegraadsprocedure gebruik moet kunnen maken van hoger beroep. Daarom is niet-ontvankelijkheid passend bij verval van het recht tot klagen door tijdsverloop.
Uitkomst: Het College vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de raad van tucht voor inhoudelijke beoordeling.