ECLI:NL:CBB:2004:AR2770
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt schriftelijke waarschuwing voor onzorgvuldig rapporteren door registeraccountant
In deze zaak heeft C B.V. een klacht ingediend tegen een registeraccountant (appellant) bij de raad van tucht, die een schriftelijke waarschuwing oplegde wegens onzorgvuldig handelen in een rapport aan de curator. Appellant stelde dat tijdens de zitting bij de raad van tucht geen faire behandeling had plaatsgevonden, omdat C haar klacht nader toelichtte en nieuwe punten toevoegde. Het College oordeelde echter dat appellant zich voldoende had kunnen verdedigen en dat er geen sprake was van een onrechtmatige procedure.
Het geschil betrof de vraag of appellant het rapport zonder toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor aan de curator had mogen uitbrengen en of hij zich had moeten onthouden van het trekken van conclusies. Het College stelde vast dat appellant de directeur van C niet voorafgaand aan het rapport had gehoord, terwijl diens betrokkenheid bij de onderzochte handelingen direct en intensief was. Hierdoor ontbrak een deugdelijke grondslag voor het rapport.
Daarnaast oordeelde het College dat het rapport suggestief taalgebruik bevatte en onjuiste conclusies trok, wat een negatief beeld van C en haar directeur opriep. Ondanks het betoog van appellant dat het rapport voorlopig was en nader onderzoek zou volgen, vond het College dat een onvolledig en onvoldragen rapport niet aan de opdrachtgever had mogen worden verstrekt.
Het College concludeerde dat appellant in ernstige mate onzorgvuldig had gehandeld en de artikelen 5 en 11 van de GBR-1994 had overtreden. De opgelegde maatregel van schriftelijke waarschuwing werd daarom gehandhaafd en het beroep verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellant is verworpen en de schriftelijke waarschuwing gehandhaafd wegens schending van zorgvuldigheidsnormen en het niet toepassen van hoor en wederhoor.