ECLI:NL:CBB:2005:AT3912
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing premie aanvraag dierlijke EG-premies 2002 wegens vermeende kennelijke fout
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij haar aanvraag voor toekenning van premie krachtens de Regeling dierlijke EG-premies voor het jaar 2002 werd afgewezen. De afwijzing berustte op het standpunt dat het opgegeven voederareaal onvoldoende was en dat een vermeende vergissing in de bijdragecode niet als kennelijke fout kon worden aangemerkt.
Het College oordeelde dat alleen bij een kennelijke fout, zoals omschreven in artikel 12 van Pro Verordening (EG) nr. 2419/2001 en het werkdocument van de Europese Commissie, een wijziging van de aanvraag na de sluitingsdatum mogelijk is. Het werkdocument heeft geen bindende kracht maar kan beleidsmatig worden gebruikt.
Na beoordeling concludeerde het College dat de aanvraag oppervlakten van appellante geen kennelijke fout bevatte, omdat er geen innerlijke tegenstrijdigheden of ongerijmdheden waren die een fout direct zichtbaar maakten. De nadelige gevolgen van het besluit waren niet relevant voor de beoordeling.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout in de aanvraag oppervlakten.