ECLI:NL:CBB:2005:AU3690
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging invoertermijn restitutie rundvlees volgens EU-verordening
Appellanten, bestaande uit meerdere bedrijven binnen de Jongviandgroep, hadden restitutie ontvangen voor een partij rundvlees die was uitgevoerd naar derde landen. Verweerder had de restitutie teruggevorderd omdat het vlees niet binnen de vereiste termijn van twaalf maanden na uitvoer in het derde land was ingevoerd. Appellanten verzochten om verlenging van deze termijn voor het deel van het vlees dat in de Verenigde Arabische Emiraten was ingevoerd, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het na de wettelijke termijn was ingediend.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de Verordening (EEG) nr. 3665/87, met name artikel 17 en Pro 47, en de vraag of verlenging van de invoertermijn mogelijk is na het verstrijken van de twaalf maanden. Verweerder stelde dat de termijn strikt is en dat het Hof van Justitie in het arrest Eribrand bevestigt dat verzoeken om verlenging binnen de termijn moeten worden ingediend.
Het College oordeelde dat de tekst van de Verordening geen verlenging na afloop van de termijn toestaat en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat geen gelijke gevallen zijn aangetoond. Ook het arrest Kühne & Heitz bood geen grond voor heroverweging. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de invoertermijn voor restitutie is ongegrond verklaard.