ECLI:NL:CBB:2005:AU5512
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over terugvordering EG-akkerbouwsubsidies wegens niet-premiewaardig perceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin terugvordering van subsidies voor de jaren 2000, 2001 en 2002 werd bevolen wegens het niet voldoen van een perceel aan de definitie van akkerland. De controlemethode bestond uit teledetectie via satellietbeelden, waaruit bleek dat het perceel in de referentieperiode als grasland werd gebruikt, hetgeen niet subsidiabel is.
Het College overweegt dat appellante geen tijdig bezwaar maakte tegen het besluit over 2003, waardoor het perceel juridisch als niet-premiewaardig vaststaat. Appellante slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de satellietbeelden onjuist zijn geïnterpreteerd of dat het perceel aan de voorwaarden voldeed. De terugvordering is gebaseerd op rechtstreeks werkende Europese verordeningen, die voorrang hebben op nationale regelgeving.
Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat geen toezeggingen zijn gedaan die terugvordering uitsluiten. De sanctie is proportioneel en wettelijk voorgeschreven. Het College wijst ook het beroep af dat de toekenning een fout van de bevoegde instantie zou zijn, aangezien slechts een beperkt percentage van aanvragen wordt gecontroleerd en de fout pas later werd ontdekt.
De conclusie is dat de terugvordering rechtmatig is en het beroep ongegrond verklaard wordt. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van subsidies wegens niet-premiewaardig perceel wordt ongegrond verklaard.