ECLI:NL:CBB:2005:AU5696
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen terugvordering akkerbouwsteun wegens niet-premiewaardig perceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarbij subsidies voor akkerbouwsteun over de jaren 2000, 2001 en 2002 zijn herzien en teruggevorderd vanwege het niet voldoen van percelen aan de subsidiëringsvoorwaarden. De besluiten waren gebaseerd op teledetectiecontroles die aangaven dat delen van de percelen in de referentieperiode 1987-1991 als blijvend grasland waren gebruikt, wat premietoekenning uitsluit.
Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw was en dat de door haar overgelegde loonwerkersnota bewijs leverde van maïsteelt op de percelen. Het College oordeelde echter dat deze nota niet perceelsgebonden was en niet kon weerleggen dat de satellietbeelden correct waren geïnterpreteerd. De verantwoordelijkheid voor het aantonen van premiewaardigheid lag bij appellante.
Het College bevestigde dat terugvordering verplicht is op grond van Europese verordeningen, tenzij sprake is van een fout van de bevoegde instantie die niet redelijkerwijs door de aanvrager kon worden ontdekt. Dit was niet het geval. Het beroep op formele rechtskracht en eerdere subsidietoekenningen bood geen bescherming tegen herziening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van akkerbouwsteun gehandhaafd.