ECLI:NL:CBB:2005:AU8637
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecagelegenheid bestaande uit een restaurant- en een afhaalgedeelte en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester van Gemert-Bakel weigerde deze vergunning omdat de inrichting niet als hoogdrempelig werd beschouwd, een vereiste voor het toestaan van kansspelautomaten.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of het restaurantgedeelte als hoogdrempelig kon worden aangemerkt. Het College oordeelde dat hoewel enkele driecomponentenmaaltijden werden geserveerd, het merendeel van de gerechten uit afzonderlijke gerechten bestond, waardoor niet voldaan werd aan de definitie van een restaurant volgens de memorie van toelichting bij de Wet op de kansspelen.
Appellant voerde aan dat de moderne horeca niet meer strikt volgens deze definitie werkt en verwees naar een brief van de Minister van Justitie die pleitte voor aanpassing van de criteria. Het College stelde echter vast dat de minister nog geen wijzigingen had doorgevoerd en dat de huidige wetgeving en toelichting leidend zijn.
Daarnaast oordeelde het College dat het afhaalgedeelte en het restaurantgedeelte beide laagdrempelig zijn en dat het publiek het afhaalgedeelte kan bereiken zonder eerst het restaurant te betreden, waardoor geen sprake is van een samengestelde inrichting met een hoogdrempelig horecagedeelte.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.