ECLI:NL:CBB:2006:AX8355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- J.W.L. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek voor warmtekrachtinstallatie en onderdelen
Appellante, Drents Overijsselse Coöperatie Kaas B.A., verzocht om een verklaring energie-investeringsaftrek voor een warmtekrachtinstallatie inclusief een dieselmotor en een tweede afgassenketel (back-upketel). Verweerder, Minister van Economische Zaken, wees de aftrek voor deze onderdelen af omdat zij niet technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zouden zijn aan de warmtekrachtinstallatie.
De kern van het geschil was of de dieselmotor en de back-upketel als bestanddelen van de warmtekrachtinstallatie konden worden aangemerkt. Appellante stelde dat beide onderdelen noodzakelijk zijn voor de werking van de installatie, terwijl verweerder een strikter criterium hanteerde dat alleen voorzieningen die technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zijn in aanmerking komen.
Het College oordeelde dat verweerder het criterium op juiste wijze toepaste. De tweede ketel was geen onderdeel omdat deze apart werd gevoed en niet bijdroeg aan het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht. De dieselmotor had een capaciteit die veel groter was dan nodig voor het starten van de installatie en diende ook als noodstroomvoorziening, waardoor deze een zelfstandige voorziening was.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de weigering van de energie-investeringsaftrek voor deze onderdelen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van energie-investeringsaftrek voor de dieselmotor en back-upketel wordt ongegrond verklaard.