ECLI:NL:CBB:2008:BG8044
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M. Munsterman
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over energie-investeringsaftrek en bestanddelen warmtepompinstallatie
Zon Energie B.V. stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarbij haar bezwaar tegen een verklaring voor energie-investeringsaftrek (EIA) werd afgewezen. Het geschil betrof de vraag of het distributienet en de woninginstallatie als bestanddelen van de warmtepompinstallatie konden worden aangemerkt en daarmee in aanmerking kwamen voor EIA.
De Wet inkomstenbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 stelden dat alleen bedrijfsmiddelen die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan het betreffende bedrijfsmiddel als bestanddelen kunnen worden beschouwd. De Minister had de warmtepompinstallatie en broninstallatie als energiebesparende componenten erkend, maar het distributienet en de woninginstallatie niet, omdat deze een zelfstandige functie vervullen.
Het College oordeelde dat het criterium ‘technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar’ juist was toegepast. Het distributienet en de woninginstallatie zijn niet uitsluitend dienstbaar aan de warmtepomp, maar hebben een zelfstandige functie voor het transport en de afgifte van warmte en koude. Daarom zijn deze niet aan te merken als bestanddelen van de warmtepomp voor de toepassing van de EIA.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van Zon Energie B.V. tegen het besluit over de energie-investeringsaftrek werd ongegrond verklaard.