ECLI:NL:CBB:2006:AY4161
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herziening en terugvordering van akkerbouwsubsidies wegens niet-premiewaardige percelen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin eerdere subsidies voor akkerbouwgewassen over de jaren 2000, 2001 en 2002 zijn herzien en teruggevorderd wegens het niet voldoen van bepaalde percelen aan de subsidieregels. De percelen waren volgens satellietbeelden in de referentieperiode 1987-1991 als grasland in gebruik, terwijl appellant subsidie voor akkerbouw had aangevraagd.
Het College oordeelt dat verweerder appellant ten onrechte niet heeft gehoord tijdens de bezwaarprocedure, waardoor het bestreden besluit wordt vernietigd. Desondanks laat het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant bij een latere hoorzitting is gehoord en de inhoudelijke beoordeling van de subsidiabiliteit van de percelen niet anders uitvalt.
Het College bevestigt dat de interpretatie van satellietbeelden deskundigheid vereist en dat de aanvrager de premiewaardigheid van percelen moet aannemelijk maken. Appellant heeft dit niet voldoende gedaan met het overgelegde boekhoudrapport. De terugvordering van subsidies is verplicht op grond van Europese regelgeving, en het beroep op formele rechtskracht van eerdere subsidietoekenningen faalt.
Ten slotte veroordeelt het College de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van hoor en wederhoor en de zorgvuldige toepassing van Europese subsidieregels.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van hoor en wederhoor, met in stand blijvende rechtsgevolgen en een proceskostenveroordeling.