ECLI:NL:CBB:2006:AY6702
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid doding verdachte dieren bij mond- en klauwzeerbestrijding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarin zijn evenhoevige dieren verdacht werden verklaard van mond- en klauwzeer (mkz) en gedood moesten worden. Het besluit was genomen op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het Besluit verdachte dieren.
Het College heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de verdachtverklaring en de daarop gebaseerde doding van de dieren terecht waren, gelet op het veterinair risico en de hoge veedichtheid in de regio Oene. Het beleid van verweerder was gericht op het voorkomen van verdere verspreiding van mkz, waarbij het risico van besmetting buiten de eerder vastgestelde zones werd meegenomen.
Naar aanleiding van prejudiciële vragen heeft het Hof van Justitie bevestigd dat lidstaten bevoegd zijn tot het nemen van dergelijke maatregelen, mits deze in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en de communautaire regelgeving. Het College heeft vervolgens overwogen dat het nationale besluit niet disproportioneel was en dat de omstandigheden destijds een rechtvaardiging boden voor het beleid, ondanks latere inzichten over vaccinatie en dragerschap.
Het beroep van appellant is daarom ongegrond verklaard en het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot doding van verdachte dieren wordt ongegrond verklaard.