ECLI:NL:CBB:2006:AY7541
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering slachtpremie wegens te late melding slacht
Appellante, deelnemer aan de slachtpremieregeling, maakte bezwaar tegen besluiten van de Minister van Landbouw die haar slachtpremie weigerden voor runderen waarvan de slachtmelding te laat was gedaan door het slachthuis. Het College oordeelde dat de melding binnen 25 dagen na slacht moet plaatsvinden, met vijf extra verwerkingsdagen, en dat de late melding door het slachthuis niet tot een uitzondering kan leiden.
De procedure omvatte meerdere besluiten en bezwaren, waarbij verweerder een herziening deed en een deel van de premie alsnog toekende. Appellante voerde aan dat de weigering onredelijk was omdat het probleem bij het slachthuis lag en verweerder in andere gevallen correcties toestond. Het College stelde echter vast dat het systeem zo is ingericht dat de risico's van late melding bij de producent liggen.
Het beroep tegen het besluit van 15 augustus 2003 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit was vervangen. Het beroep tegen het besluit van 21 juni 2005 werd gegrond verklaard en vernietigd omdat het besluit niet inging op het gelijkheidsbeginsel. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. Het College wees een proceskostenveroordeling af maar bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van slachtpremie is grotendeels afgewezen, met vernietiging van een besluit wegens niet-behandeling van het gelijkheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.