ECLI:NL:CBB:2006:AY7979
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
College van Beroep vernietigt AFM-besluiten wegens onvoldoende motivering omtrent voorwetenschap datum
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of appellanten vanaf 9 september 1999 beschikten over koersgevoelige voorwetenschap met betrekking tot een openbaar bod op aandelen van houdstermaatschappijen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) had besluiten genomen waarbij zij appellanten als bestuurders onbetrouwbaar achtte vanwege vermeend gebruik van voorwetenschap en hen maatregelen oplegde.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat AFM onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het moment van voorwetenschap op 9 september 1999 ligt, terwijl eerder werd uitgegaan van 15 november 1999. AFM heeft geen nieuw feitenonderzoek verricht en heeft haar standpuntwijziging niet adequaat onderbouwd. De rechtbank had een te marginale toetsingsmaatstaf gehanteerd bij het beoordelen van AFM's oordeel.
Het College stelt vast dat de feiten en omstandigheden op 9 september 1999 onvoldoende concreet en koersgevoelig waren om van voorwetenschap te spreken. Ook de interne procedures en het verloop van de onderhandelingen met het Ministerie van Financiën tonen aan dat er nog geen definitieve fiscale vaststellingsovereenkomst was. Daarom zijn de besluiten van AFM niet deugdelijk gemotiveerd en worden deze vernietigd. Tevens worden eerdere besluiten herroepen en worden proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: De besluiten van AFM worden vernietigd en de primaire besluiten herroepen wegens onvoldoende motivering omtrent het moment van voorwetenschap.