ECLI:NL:CBB:2006:AY9307
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op volledige schadevergoeding na preventieve ruiming pluimveebedrijf wegens vogelpest
Appellante, eigenaar van een pluimveebedrijf dat preventief werd geruimd vanwege verdenking van besmetting met het Aviaire Influenzavirus, vorderde volledige vergoeding van schade waaronder inkomensderving door leegstand en niet overgenomen voer. Verweerder had reeds tegemoetkomingen toegekend voor gedode dieren en vernietigde producten conform de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd), maar weigerde verdere vergoeding.
Het College overwoog dat de wet een gesloten systeem kent voor schadevergoeding en dat inkomensderving en voerverlies niet standaard voor vergoeding in aanmerking komen, tenzij sprake is van bijzondere gevallen. Appellante stelde dat haar situatie uitzonderlijk was vanwege de ligging van haar bedrijf en het ontbreken van ziekteverschijnselen, maar het College oordeelde dat deze argumenten feitelijk gericht waren tegen het besluit tot verdenking en ruiming, dat onherroepelijk was.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het Eerste Protocol bij het EVRM werd verworpen omdat de maatregelen in het algemeen belang waren genomen en het wettelijke stelsel een faire balans biedt tussen algemeen belang en ondernemersrechten. Het College concludeerde dat de door appellante gestelde schade binnen het normale ondernemersrisico valt en dat verweerder in redelijkheid het verzoek tot aanvullende vergoeding kon weigeren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante op volledige vergoeding van inkomensderving en voerverlies na preventieve ruiming wordt ongegrond verklaard.