ECLI:NL:CBB:2006:AZ3819
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding hygiënevoorschriften in levensmiddelenbedrijf
Appellant exploiteert sinds 1991 een eenmanszaak in de import en productie van zeewierproducten. Na inspecties in juni en september 2003 constateerde de toezichthouder meerdere overtredingen van hygiënevoorschriften, waaronder onhygiënische vloer- en muuroppervlakken die niet eenvoudig schoon te maken waren. Hierop legde de Minister boetes op van respectievelijk €900,- en €1.800,-.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het boeterapport onzorgvuldig was opgesteld, dat reeds afspraken waren gemaakt over termijnen voor verbeteringen, en dat de risico’s voor de volksgezondheid werden overdreven gezien de aard van zijn eenmanszaak en specifieke productieproces. Ook stelde hij dat hij ten onrechte driemaal voor hetzelfde feit was beboet.
Het College oordeelde dat de inspectierapporten betrouwbaar zijn en dat de overtredingen terecht zijn vastgesteld. De algemene hygiëne-eisen gelden ook voor eenmanszaken en kunnen niet worden aangepast aan de aard van het bedrijf. Het feit dat appellant na de eerste inspectie onvoldoende verbeteringen trof, rechtvaardigt een nieuwe boete. De boetes zijn proportioneel en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. De klacht over driemaal beboet worden wordt verworpen omdat het om verschillende overtredingen gaat.
Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €1.800,- wegens overtreding van hygiënevoorschriften in de bedrijfsruimte van appellant.