ECLI:NL:CBB:2006:AZ6196
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Toelating bestrijdingsmiddelen op basis van chloorthalonil na bezwaarprocedure
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen waarin de toelating van middelen op basis van chloorthalonil, waaronder Daconil, Schimmelweg, Tattoo en Allure, werd toegekend na eerdere afwijzingen en vernietigingen van besluiten wegens procedurele en motiveringsgebreken.
De bestreden besluiten bevatten een heroverweging van eerdere afwijzingen, waarbij nieuwe onderzoeksgegevens en aangepaste gebruiksvoorschriften werden betrokken. Verweerder stelde dat met de nieuwe gegevens en beperking van toepassingsfrequentie aan de milieunormen werd voldaan, waaronder normen voor persistentie, risico voor waterorganismen en bodemmicro-organismen.
Appellanten voerden onder meer aan dat niet alle werkzame stoffen waren beoordeeld, dat de normen niet werden gehaald, en dat de motivering onvoldoende was. Het College oordeelde dat de beroepschriften ontvankelijk waren en dat het in bezwaar aanvaarden van nieuwe gegevens geoorloofd was, mits gemotiveerd en met inachtneming van belangen van derden.
Het College concludeerde dat verweerder op goede gronden tot zijn besluiten was gekomen, dat de nieuwe gegevens adequaat waren betrokken, dat de normen voor persistentie en milieugevaar waren gehaald, en dat de motivering voldoende was. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van chloorthalonil zijn ongegrond verklaard en de toelatingen bevestigd onder voorwaarden.