ECLI:NL:CBB:2007:AZ6198
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tuchtklacht tegen registeraccountant over hoor en wederhoor en deskundigheidsoverschrijding
In deze zaak dienden C B.V. en D B.V. een klacht in tegen A RA bij de raad van tucht voor registeraccountants. De raad van tucht verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond en legde een schriftelijke berisping op. Zowel betrokkene als klaagsters stelden beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Betrokkene voerde meerdere grieven aan, waaronder dat de klacht van C ongegrond verklaard had moeten worden, dat de procedure van hoor en wederhoor adequaat was gevolgd, dat hij niet buiten zijn deskundigheid was getreden en dat het rapport niet onnodig suggestief was. Klaagsters stelden onder meer dat D als belanghebbende erkend had moeten worden en dat betrokkene buiten zijn opdracht was getreden.
Het College oordeelde dat het indienen van een klacht niet afhankelijk is van het belang van de indiener en dat de klacht van C terecht in behandeling is genomen. De procedure van hoor en wederhoor was onvoldoende, omdat D slechts twee dagen kreeg om te reageren op een omvangrijk en complex rapport, wat onvoldoende was voor een deugdelijke grondslag. Betrokkene was buiten zijn deskundigheid getreden door in het rapport een eigen interpretatie van de WHW te geven. Ook was het rapport op onderdelen suggestief door het ontbreken van nuancering en het niet vermelden van afwijkende opvattingen van D.
Het College verwierp de grieven van betrokkene en klaagsters en bevestigde de maatregel van schriftelijke berisping, omdat betrokkene onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte en de eer van de stand had geschonden. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene en klaagsters werd verworpen en de schriftelijke berisping gehandhaafd.