ECLI:NL:CBB:2007:AZ6807
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kostenonderzoeken in kader toezicht dierenbedrijf wegens onjuiste kostenverhaaltoepassing
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin hem kosten werden opgelegd voor monsternemingen en onderzoeken op zijn bedrijf naar de aanwezigheid van verboden stoffen in dieren. De kosten betroffen met name monsters genomen na oplegging van een officieel toezicht op het bedrijf (OTP) vanwege positieve bevindingen van stanozolol.
De kern van het geschil betrof de vraag of de in rekening gebrachte kosten konden worden beschouwd als kosten voor noodzakelijke vervolgonderzoeken in het kader van artikel 16, onder 2, sub c, van richtlijn 96/23/EG. Het College oordeelde dat de monsternemingen die na oplegging van het OTP plaatsvonden, niet als onderzoeken in de zin van artikel 16 konden Pro worden aangemerkt, maar als analyses op grond van artikel 17 van Pro de richtlijn.
Daarmee was het standpunt van verweerder dat deze kosten als aanvullende onderzoeken in het kader van artikel 16 konden Pro worden beschouwd, onjuist. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het deze kosten betrof. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover kosten voor monsternemingen en administratiekosten zijn opgelegd.