ECLI:NL:CBB:2007:BA0979
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing ooipremie vanwege verschil geconstateerd aantal ooien
Appellante heeft premie aangevraagd voor 800 ooien voor de aanhoudperiode van 8 februari tot 18 mei 2005. Tijdens controle op 14 april 2005 constateerde de Algemene Inspectiedienst (AID) dat slechts 580 ooien aanwezig waren, terwijl 249 ooien waren verplaatst zonder voorafgaande melding. Verweerder wees de premieaanvraag af vanwege het verschil van meer dan 20% tussen aangevraagde en geconstateerde ooien, conform artikel 59, lid 2 van Verordening (EG) nr. 796/2004.
Appellante voerde aan dat zij de verplaatsing tijdig had gemeld en dat het totale aantal ooien op het bedrijf nog steeds boven de 800 lag. Ook betwijfelde zij de betrouwbaarheid van de telling door de AID. Het College oordeelde dat de afwijzing niet gebaseerd was op het ontbreken van oormerken of gebreken in het bedrijfsregister, maar op het feit dat de 249 verplaatste ooien niet gedurende de aanhoudperiode op het bedrijf waren.
Het College stelde vast dat de AID de telling zorgvuldig had uitgevoerd en dat appellante geen bewijs had geleverd dat de waarnemingen onjuist waren. Wel merkte het College op dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet was uitgelegd hoe de mogelijke foutmarge van honderd ooien zich verhoudt tot de handhaving van het primaire besluit. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan verweerder om opnieuw te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de ooipremie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.