ECLI:NL:CBB:2009:BI1807
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op ooipremie 2005 wegens onvoldoende premiewaardige ooien
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot afwijzing van haar aanvraag voor ooipremie 2005, gebaseerd op een controle waarbij 580 premiewaardige ooien werden vastgesteld. Appellante betwistte dit aantal en stelde dat er circa 1300 schapen aanwezig waren, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het College oordeelde dat de AID-controle betrouwbaar was en dat de vastgestelde 580 premiewaardige ooien met een marge van enkele tientallen dieren correct was. De stellingen van appellante, waaronder vermeende vervalsing van handtekeningen en verklaringen van de controleur, werden verworpen wegens gebrek aan bewijs en inconsistenties.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de aanvraag terecht werd afgewezen op grond van het verschil tussen het vastgestelde aantal ooien en het door appellante opgegeven aantal. Tevens werd geen proceskostenveroordeling toegewezen. De uitspraak bevestigt dat de controle en het daarop gebaseerde besluit rechtsgeldig zijn.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag ooipremie 2005 afgewezen wegens onvoldoende premiewaardige ooien.