ECLI:NL:CBB:2007:BA4402
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Fierstra
- R.R. Winter
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling gewasbeschermingsmiddelen wegens strijd met EU-richtlijn
Appellante, Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw dat vrijstellingen verleende voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen op grond van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. Het College voor het bedrijfsleven stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van bepalingen uit de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn en de Biocidenrichtlijn.
Het Hof oordeelde onder meer dat artikel 8, lid 2, van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn geen standstillverplichting bevat, maar dat lidstaten zich gedurende de overgangsperiode moeten onthouden van maatregelen die het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar brengen. Tevens moet een toelatingsbesluit gebaseerd zijn op een dossier met voldoende informatie over de effecten op mens, dier en milieu.
Het College concludeerde dat artikel 16aa Bmw niet voldoet aan deze eisen omdat het slechts het landbouwbelang als criterium noemt en geen expliciete waarborg bevat dat effecten op gezondheid en milieu naar behoren worden meegewogen. Ook ontbreekt een verplichting tot het overleggen van een adequaat dossier. Hierdoor brengt artikel 16aa Bmw het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar. Het College vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit tot vrijstelling en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vrijstelling van gewasbeschermingsmiddelen wordt vernietigd wegens strijd met artikel 8 lid 2 van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn.