ECLI:NL:CBB:2007:BA8094
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vernietiging partij konijnenvlees wegens verboden residu volgens EU-richtlijn en verordening
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarbij een partij konijnenvlees uit China werd geweigerd voor invoer in de EU en ter vernietiging bestemd wegens aanwezigheid van verboden residuen. Het College vroeg prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikelen uit richtlijn 97/78/EG en verordening (EEG) 2377/90.
Het Hof van Justitie oordeelde dat partijen vlees met residuen van in bijlage IV genoemde substanties, zoals furazolidon en chlooramfenicol, een gevaar vormen voor de gezondheid en daarom imperatief moeten worden ingenomen en vernietigd. Artikel 22, lid 2, van de richtlijn laat geen beoordelingsmarge voor terugzending toe in deze gevallen.
Het College concludeerde dat de Minister terecht tot vernietiging van de partij konijnenvlees heeft besloten op grond van deze bepalingen. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vernietiging van de partij konijnenvlees wordt ongegrond verklaard.