ECLI:NL:CBB:2007:BB0123
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen superheffing melkquotum en vetcorrectie
Verzoekers, melkproducenten met een hoog referentievetgehalte, maakten bezwaar tegen de toepassing van een nieuw plafond op de negatieve vetcorrectie in de melkquotumheffing, waardoor zij aanzienlijk minder melk heffingvrij kunnen leveren. Zij stelden dat de wijziging onrechtmatig is en in strijd met het eigendomsrecht zoals beschermd door het EVRM. Verweerder, de Minister van Landbouw, stelde dat de Europese regelgeving bindend is en dat de brieven waarin opties werden geboden geen besluiten zijn waartegen bezwaar openstaat.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brieven van verweerder geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat het productschap als bevoegde autoriteit verantwoordelijk is voor de vaststelling van de superheffing. Verzoekers konden daarom niet via deze weg hun belangen beschermen. Ook was er geen spoedeisendheid voor een voorlopige voorziening, omdat overgangsmaatregelen en de mogelijkheid tot bijkopen van quotum bestonden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en gaf aan dat verzoekers zich tot het productschap moeten wenden voor een rechtsoordeel over de toepassing van het vetcorrectieregime. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de superheffing en wijziging van het vetcorrectieregime wordt afgewezen.