ECLI:NL:CBB:2007:BC1349
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over EG-steunverlening akkerbouwgewassen en proceskostenveroordeling
Appellante, een landbouwmaatschap, diende beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor akkerbouwsteun voor 2003 werd geweigerd vanwege een te groot verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakten.
De kern van het geschil betrof de vraag of een perceel dat tussen 1987 en 1991 als blijvend grasland was gebruikt, voor steun in aanmerking kon komen en of de appellante de definitie van akkerland mocht verleggen vanwege overheidsinterventies die tot verlies van cultuurgrond leidden.
Het College oordeelde dat het perceel niet voldeed aan de definitie van akkerland en dus niet voor steun in aanmerking kwam. Echter, vanwege het nalaten van de verweerder om tijdig te beslissen op het verzoek om toestemming tot vervanging van akkerland, werd appellante de mogelijkheid ontnomen om haar aanvraag tijdig aan te passen. Hierdoor werd appellante geen schuld toegerekend.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding.