ECLI:NL:CBB:2008:BF0839
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- E.J.M. Heijs
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over terugvordering monetair compenserende bedragen vleesproducten
Appellante, actief in de productie en verkoop van vleesconserven, ontving in 1986-1987 monetair compenserende bedragen (mcb) voor uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk. Na controles door de Algemene Inspectiedienst (AID) werd geconcludeerd dat de vleesproducten niet voldeden aan de vereiste samenstelling en tariefposten, wat leidde tot een terugvordering van ruim €1 miljoen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar de procedure duurde meer dan 13 jaar, wat het College als een schending van het recht op een redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro beoordeelde. Desondanks bleef de terugvordering rechtsgeldig omdat de inhoudelijke gronden gegrond waren.
De AID had vastgesteld dat de producten in de meeste perioden niet het vereiste vleespercentage van 80% haalden en dat er onjuiste tariefposten waren gebruikt. Appellante voerde aan dat de berekeningen onjuist waren en dat additieven als plasma als vlees moesten worden beschouwd, maar het College verwierp deze stellingen.
Het College oordeelde dat de administratie van appellante onvoldoende was om de juistheid van de aangiften te verifiëren, waardoor de AID de juiste methode gebruikte om het vleespercentage te bepalen. De terugvordering was daarom terecht. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het onderzoek heropend voor de schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, het bestreden besluit vernietigd met behoud van rechtsgevolgen en verweerder veroordeeld in proceskosten.