ECLI:NL:CBB:2008:BG5735
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vrijstelling verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds wegens niet-betrokken vakorganisaties
Appellante verzocht het pensioenfonds om vrijstelling van de verplichte deelneming van haar medewerkers in het bedrijfstakpensioenfonds, welke werd geweigerd omdat niet aan de voorwaarden van artikel 3 Vrijstellingsbesluit Pro was voldaan, met name het ontbreken van betrokken vakorganisaties bij de concernvorming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het pensioenfonds de vrijstelling terecht weigerde, mede gelet op het belang van solidariteit en collectiviteit binnen het fonds en de discretionaire bevoegdheid van het pensioenfonds om terughoudend vrijstelling te verlenen. Appellante voerde in hoger beroep drie grieven aan, waaronder dat de eis van vakorganisaties onredelijk was, dat het beleid van het pensioenfonds kennelijk onredelijk was en dat het Europees recht werd geschonden.
Het College overwoog dat artikel 3 Vrijstellingsbesluit Pro duidelijk vereist dat vakorganisaties betrokken zijn en dat de ondernemingsraad niet gelijkgesteld kan worden aan een vakorganisatie. Het beleid van het pensioenfonds om terughoudend vrijstelling te verlenen is niet kennelijk onredelijk. Voorts is de belangenafweging van het pensioenfonds kenbaar en rechtmatig. Ook is geen sprake van schending van het EVRM. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de weigering van het pensioenfonds om vrijstelling te verlenen wegens het ontbreken van betrokken vakorganisaties en een rechtmatige belangenafweging.