ECLI:NL:CBB:2008:BG5740
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 4 richtlijn 2002/37/EG over toelating gewasbeschermingsmiddel ethofumesaat
In deze zaak stond de uitleg van artikel 4, eerste lid, van richtlijn 2002/37/EG centraal, waarin de toelating van gewasbeschermingsmiddelen met de werkzame stof ethofumesaat wordt geregeld. Het College voor het bedrijfsleven had een prejudiciële vraag voorgelegd aan het Hof van Justitie over de verplichting voor lidstaten om toelatingen vóór 1 september 2003 in te trekken indien de toelatinghouder niet beschikte over een dossier dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage II bij richtlijn 91/414/EEG.
Het Hof van Justitie oordeelde dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 2002/37 niet verplicht tot beëindiging van de toelating vóór genoemde datum op grond van het ontbreken van een bijlage II-dossier. Deze uitleg werd bevestigd door de overwegingen dat lidstaten een voldoende lange termijn moeten hebben voor evaluatie en herbeoordeling van dergelijke middelen, en dat de bepaling in overeenstemming moet zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.
Naar aanleiding van dit arrest heeft het College het eerdere besluit tot intrekking van toelatingen herroepen en het beroep van appellanten ongegrond verklaard. Tevens wees het College een verzoek van Agrichem om proceskostenvergoeding af, omdat appellanten als belanghebbenden gerechtigd waren beroep in te stellen en geen onnodig procesrechtelijk gebruik werd vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het College herroept de intrekkingsbesluiten.