ECLI:NL:CBB:2008:BG8034
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006 afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij de toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zijn vastgesteld. Het geschil betreft de vraag of een perceel van 9,51 hectare zomertarwe dat appellant in 2002 heeft geteeld maar onjuist heeft opgegeven met verkeerde gewas- en bijdragecodes, mee moet worden genomen bij de berekening van het referentiebedrag voor toeslagrechten.
Verweerder heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard door een voederareaalcorrectie toe te passen, maar het primaire besluit grotendeels gehandhaafd. Het College oordeelt dat de fout van appellant geen geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden vormt zoals bedoeld in artikel 40 van Pro Verordening (EG) nr. 1782/2003, en dat het besluit van 1 september 2004 waarin het bezwaar tegen de weigering van akkerbouwsteun voor het perceel is afgewezen, formele rechtskracht heeft.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de berekening van de toeslagrechten dwingend is voorgeschreven. Ook het beroep op een hogere proceskostenvergoeding wordt verworpen. Het College verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.