ECLI:NL:CBB:2008:BH0948
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen heffing slachtactiviteiten afgewezen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een heffing van €10.896,00 opgelegd voor het slachten van runderen en schapen in 2006. De bezwaarprocedure werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat hij niet tijdig op de hoogte was van het besluit omdat hij in 2006 niet had geslacht en veelvuldig in het buitenland verbleef, waardoor het besluit mogelijk niet was ontvangen. Het College oordeelde echter dat het niet aannemelijk was dat het besluit niet was ontvangen en dat afwezigheid in het buitenland geen verschoonbare reden voor termijnoverschrijding vormt.
Verder stelde appellant dat de heffing mogelijk aan een andere slachterij was toegerekend, maar het College vond dat appellant verantwoordelijk was voor tijdige kennisname en bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk geacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de heffing wordt ongegrond verklaard.