4. Het standpunt van appellant
Appellant heeft ter ondersteuning van zijn beroep, samengevat, het volgende aangevoerd.
In artikel 2, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2406/96 is bepaald dat deze verordening niet van toepassing is op kleine hoeveelheden vis die rechtstreeks door een kustvisser worden verkocht aan een kleinhandelaar of een consument. Deze uitzonderingsbepaling is niet opgenomen in de Garnalenverordening 2000, hetgeen ertoe leidt dat de Garnalenverordening 2000 op dit punt in strijd is met Europees recht.
Genoemde uitzondering is bovendien van toepassing op de situatie van appellant, waardoor verweerder er ten onrechte vanuit gaat dat Verordening (EG) nr. 2406/96 van toepassing is op appellants verzoek om ontheffing van de zeefplicht. Appellant beoogt immers slechts circa 8% van zijn vangst zelf te zeven, te pellen en vervolgens in samenwerking met de stichting Waddengroep onder het keurmerk Waddengoud aan te bieden aan kleinhandelaren zoals kwaliteitsviswinkels, een kraam op een biologische markt en restaurants.
Tevens valt niet in te zien waarom voor het pellen van garnalen aan boord van de E van kustvisser F wel een ontheffing kan worden verleend, terwijl appellant voor een verser product zonder conserveringsmiddelen ontheffing wordt geweigerd. Appellant beroept zich in dit kader op het gelijkheidsbeginsel. Dat de E de garnalen aan boord pelt en de C aan wal acht appellant geen relevant verschil.
Verweerder stelt ten onrechte dat er in appellants geval geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een ontheffing dient te worden verleend.
In de eerste plaats wijst appellant op de omstandigheid dat in de praktijk blijkt dat de afslag niet goed toegankelijk is vóór 07.30 uur, en dat, indien al toegang zou kunnen worden verkregen, door de hieraan verbonden extra kosten geen redelijke winst meer haalbaar is op het product. Afspraken om de garnalen direct na binnenkomst, dat wil zeggen vóór 07.30 uur, te laten zeven door de afslag werden steeds afgezegd door de afslag. De garnalen zouden volgens de afslag wel buiten de standaardtijden kunnen worden aangeboden, maar in dat geval dient appellant de volledige kosten voor het in werking stellen van de zeef te betalen. Dit geldt ook voor de extra kosten in het geval de garnalen worden gezeefd zonder toevoeging van benzoëzuur, of met toevoeging van citroenzuur in plaats van benzoëzuur. De kosten die hiermee zijn gemoeid zijn nagenoeg gelijk aan de huidige opbrengst van de garnalen.
In de tweede plaats is het feit dat appellant in samenwerking met stichting Waddengroep een verser en zonder conserveringsmiddelen geproduceerd - dus gezonder - product op de markt wil brengen, op zichzelf al een bijzondere omstandigheid. Door deze ontwikkeling tegen te gaan wordt de markt voor een beter product op slot gezet en wordt tevens ontoelaatbaar afbreuk gedaan aan de exploitatiemogelijkheden van de kleine kustvisser.
Ten slotte wenst appellant te pellen volgens een HACCP systeem en wordt dit systeem niet toegepast door de afslag.