ECLI:NL:CBB:2009:BI3603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over onvoldoende stelsel kwaliteitsbeheersing accountantskantoor
Appellant, een accountantskantoor, werd door de Raad van Toezicht van de NOvAA getoetst op het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing. De toetsers stelden vast dat enkele onderdelen niet voldeden aan de normen, maar gaven toch het eindoordeel 'voldoet'. De Raad van Toezicht week af van dit voorstel en gaf het oordeel 'voldoet niet', waarbij ook onderdelen werden toegevoegd die de toetsers als voldoende hadden beoordeeld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit. Het College van Beroep oordeelt dat het besluit een bestuursrechtelijk besluit betreft en dat de Raad van Toezicht bevoegd was te beslissen ondanks een lichte termijnoverschrijding. Wel erkent het College dat de Raad onterecht melding maakte van het ontbreken van een waarneemovereenkomst, maar dit tast de rechtmatigheid van het besluit niet aan.
Het College stelt vast dat de Raad van Toezicht zich niet aan de marginale toetsing van het toetsingsverslag heeft gehouden en zonder nieuw feitelijk onderzoek de bevindingen van de toetsers anders heeft gewaardeerd. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke en kenbare motivering, wat strijd oplevert met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt het College de verweerder in de proceskosten van appellant en bepaalt dat de NOvAA het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering.