ECLI:NL:CBB:2009:BI4248
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering vergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid
Appellante exploiteert een horecagelegenheid bestaande uit een café- en een cafetariagedeelte en vroeg vergunning aan voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Verweerder verleende slechts vergunning voor één kansspelautomaat in het hoogdrempelige gedeelte en wees het bezwaar van appellante tegen deze beslissing af.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de inrichting als één of meerdere inrichtingen moet worden aangemerkt, waarbij de wet maximaal twee kansspelautomaten per inrichting toestaat. Het College oordeelde dat de inrichting als één inrichting moet worden beschouwd omdat het café- en cafetariagedeelte binnenshuis met elkaar verbonden zijn en de tussendeur tussen beide gedeelten door bezoekers gebruikt kan worden.
Appellante voerde aan dat zij gelijk behandeld moest worden als andere vergelijkbare horecagelegenheden en dat eerdere vergunningen voor drie automaten waren verleend, maar het College verwierp deze argumenten. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de wet de vergunning voor meer dan twee kansspelautomaten niet toestaat en de inrichting als één geheel moet worden beschouwd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van een vergunning voor twee kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.