ECLI:NL:CBB:2009:BI4353
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellante exploiteert een horecabedrijf en vroeg vergunning aan voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten in 2008. Verweerder weigerde de vergunning omdat de inrichting niet als hoogdrempelig kon worden aangemerkt, gezien het brede aanbod aan etenswaren dat een zelfstandige betekenis heeft en niet uitsluitend ondersteunend is aan het cafébezoek.
Appellante stelde dat haar inrichting hoogdrempelig is en dat verweerder onrechtmatig handelde door niet te overleggen over de menukaart. Ook voerde zij een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, zonder dit met concrete voorbeelden te onderbouwen.
Het College oordeelde dat de inrichting terecht als laagdrempelig is aangemerkt omdat er geen sprake is van een restaurant in de zin van driecomponentenmaaltijden en dat het brede aanbod zelfstandige betekenis heeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Er bestaat geen plicht tot overleg over de menukaart. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.