ECLI:NL:CBB:2009:BI5034
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit tegemoetkoming schade op grond van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellanten, een maatschap en haar vennoten, maakten bezwaar tegen een besluit van de Minister van Landbouw over de vaststelling van een tegemoetkoming voor schade veroorzaakt door maatregelen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd). De zaak betreft waardebepalingen van geruimde dieren, eieren en verpakkingsmateriaal na bestrijding van Aviaire Influenza.
Na een langdurige hertaxatieprocedure werd de waarde van de schade vastgesteld, waarbij appellanten het niet eens waren met de waardebepalingen en de vergoeding van wettelijke rente over de lange periode van ruim 3,5 jaar. Het College oordeelde dat de waardebepaling door deskundigen leidend is, tenzij deze onredelijk is, en dat verweerder terecht deels tegemoet is gekomen aan bezwaren.
Het College stelde vast dat de totale procedure ruim zes jaar duurde, waarbij de redelijke termijn van vier jaar werd overschreden. Dit leidde tot een gegrond verklaring van het beroep voor het onderdeel overschrijding redelijke termijn, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 2.500. De overige grieven werden ongegrond verklaard. Het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand, en verweerder werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 2.500 en vergoeding van proceskosten en griffierecht.