ECLI:NL:CBB:2007:BB9789
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Tegemoetkoming schadevergoeding eieren na ruiming wegens aviaire influenza
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin de tegemoetkoming voor schade door ruiming van eieren wegens aviaire influenza definitief werd vastgesteld. De kern van het geschil betrof de waardebepaling van de eieren en de vergoeding van eieren die tussen taxatie en ruiming waren gelegd.
Het College overweegt dat de waarde van de eieren op het moment van de maatregel (ruiming) bepalend is voor de vergoeding, waarbij de taxatie door beëdigde deskundigen leidend is. De waardebepaling op basis van de laatste leveringsfactuur van 28 februari 2003 is daarmee correct. Eieren gelegd na de taxatie komen niet voor vergoeding in aanmerking, mede omdat de ruiming direct volgde en hiervoor een dagvergoeding is verstrekt.
Verder oordeelt het College dat de tegemoetkoming exclusief BTW terecht is vastgesteld, omdat appellant de eieren niet heeft verkocht en geen omzetbelasting verschuldigd is. Appellant heeft ook geen gegronde redenen aangevoerd om af te wijken van de waardevaststelling.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de bezwaarprocedure is overschreden met circa 2,5 jaar, wat leidt tot een vergoeding van immateriële schade van €2.500. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskosten, maar de rechtsgevolgen van de besluiten blijven in stand.