ECLI:NL:CBB:2009:BI5903
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Toegang tot milieu-informatie en geheimhouding bedrijfsgegevens bij vaststelling maximale residugehalten bestrijdingsmiddelen
In deze zaak hebben Stichting Natuur en Milieu, Vereniging Milieudefensie en Vereniging Goede Waar & Co. beroep ingesteld tegen besluiten van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Ctgb) die hun verzoek om informatie over de maximale residugehalten (MRL) van de werkzame stof propamocarb op en in sla hebben afgewezen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de geheimhoudingsregeling van artikel 22 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw 1962) van toepassing is op de gevraagde informatie en of deze regeling verenigbaar is met de Europese richtlijnen inzake toegang tot milieu-informatie.
Het College oordeelt dat de gevraagde gegevens, waaronder residu- en werkzaamheidstudies, zijn verstrekt in het kader van een toelatingsprocedure voor het bestrijdingsmiddel Previcur N en daarom onder de bijzondere geheimhoudingsregeling van artikel 22 Bmw Pro 1962 vallen. De appellanten betwisten dit en stellen dat de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de richtlijn 2003/4/EG van toepassing zijn, die een ruimere toegang tot milieu-informatie voorschrijven.
Het College constateert dat de definitie van milieu-informatie in richtlijn 2003/4/EG en het Verdrag van Aarhus ruim is en ook informatie over de menselijke gezondheid en voedselveiligheid omvat. Gelet op de onduidelijkheid over de toepasselijkheid van deze richtlijn en de verhouding met richtlijn 91/414/EEG, die een strengere geheimhoudingsregeling bevat, legt het College prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie. Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de procedure geschorst.
Uitkomst: Procedure geschorst en prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie over milieu-informatie en geheimhouding.